’t Hijgend hert, der jacht ontkomen
’t Hijgend hert, der jacht ontkomen,
Schreeuwt niet sterker naar ’t genot
Van de frisse waterstromen,
Dan mijn ziel verlangt naar God.
Ja, mijn ziel dorst naar de Heer:
God des levens, ach! Wanneer
Zal ik naadren voor Uw ogen,
In Uw huis Uw naam verhogen?
‘k Heb mijn tranen, onder ’t klagen,
Tot mijn spijze, dag en nacht,
Daar mij spotters durven vragen:
“Waar is God, dien gij verwacht?”
Mijn benauwde ziel versmelt,
Als zij zich voor ogen stelt,
Hoe ik, onder stem en snaren,
Feest hield met Gods blijde scharen.
O mijn ziel! wat buigt g’ u neder?
Waartoe zijt g’ in mij ontrust?
Voed het oud vertrouwen weder;
Zoek in ’s Hoogsten lof uw lust:
Want Gods goedheid zal uw druk
Eens verwiss’len in geluk.
Hoop op God; sla ’t oog naar boven,
Want ik zal Zijn naam nog loven.
‘k Denk aan U, o God! in ’t klagen,
Uit de landstreek van de Jordaan;
Van mijn leed doe ‘k Hermon dragen;
‘k Roep van ’t klein gebergte U aan.
‘k Zucht, daar kolk en afgrond loeit,
Daar ’t gedruis der water groeit,
Daar Uw golven, daar Uw baren
Mijn benauwde ziel vervaren.
Maar de Heer zal uitkomst geven,
Hij, die ’s daags Zijn gunst gebiedt:
‘k Zal in dit vertrouwen leven,
En dat melden in mijn lied.
‘k Zal Zijn lof, zelfs in de nacht,
Zingen daar ik Hem verwacht,
En mijn hart, wat mij moog’ treffen,
Tot de God mijns levens heffen.
‘k Zal tot God, mijn steenrots, spreken:
“Waarom, Heer, vergeet Gij mij?
‘k Ga in ’t zwart, door rouw bezweken,
Om mijns vijands dwing’landij,
Die mij hoont, mij ’t hart doorboort,
Dat gestaag deez’ lastering hoort:
Waar is God, op Wien gij bouwdet,
En aan Wien g’ uw zaak vertrouwdet?”
O mijn ziel! wat buigt g’ u neder?
Waartoe zijt g’ in mij ontrust?
Voed het oud vertrouwen weder;
Zoek in ’s Hoogsten lof uw lust:
Menigwerf heeft Hij uw druk
Doen veranderen in geluk.
Hoop op Hem, sla ’t oog naar boven;
Ik zal God, mijn God, nog loven!
Over ’t Hijgend hert, der jacht ontkomen
Afkomst: Berijming van Psalm 42 uit de Bijbel.
Schrijver: De berijming van 1773 is het werk van het genootschap “Laus Deo, Salus Populo”
Vertaling van: Hebreeuwse Bijbel, de oorspronkelijke tekst is afkomstig van de zonen van Korach.
Componist: Loys Bourgeois